03 Jun

Naar Malawi met nieuwe inzichten – Bram Vissers

 

Een paar maanden geleden werd mij gevraagd om een tekst te maken over mijn rol in Generation Cooperation, en wat mijn motivatie is om aan dit project mee te (blijven) werken. In ware “Bram” stijl heb ik het schrijven van deze tekst uitgesteld, niet omdat ik niets te zeggen had hierover, maar omdat wat ik wou zeggen wat bleef knagen aan mij. Ik was aan mijzelf aan het twijfelen, of de redenen die ik zag om aan ontwikkelingssamenwerking te doen zoals ik die nu doe wel de juiste redenen waren, en of er niets meer achter zat dat ik nog niet zag. De laatste weken denk ik dat ik wel een juist inzicht gekregen heb.

Als ik deze tekst toch direct geschreven had, dan zou ik gezegd hebben dat ik energie krijg uit het helpen van mensen waar ik een goed gevoel bij heb en waarbij ik (misschien niet altijd terecht) ook het gevoel heb dat ze in een moeilijke situatie zitten die ik (al dan niet gedeeltelijk) kan rechtzetten. Met de allerbeste bedoelingen zou ik dan gevraagd en ongevraagd hulp en raad bieden.

Specifiek voor Generation Cooperation betekent dit dat ik vooral naar de tekortkomingen van het project keek. Waarom is Generation Cooperation niet succesvoller gebleken na 6 jaar? Waarom zijn sommige projecten mislukt, en zijn andere projecten ter plaatse blijven trappelen? Welke tekortkomingen kon ik vinden bij de mensen ter plaatse, en welke rol speelden wij in België hier in en hoe konden wij dit verbeteren of vermijden?

Ik heb gemerkt dat de problemen vooral financieel en organisatorisch van aard zijn. Aangezien ik niet constant aanwezig ben in Malawi en ik ook geen natuurlijke leider ben die snel knopen doorhakt, heb ik mij op het financiële gestort. Ik heb onze partner in Malawi bestookt met vragen, raad, eisen, en discussies ivm financiële opvolging. Ik heb hem tientallen keren moeten overtuigen dat zulke financiële opvolging essentieel is om aan planning te doen, en ik heb hem er tientallen keren aan moeten herinneren. Ik ben ervan overtuigd dat dit zo hoort, dat een project financiële opvolging nodig heeft, en dat planning essentieel is. Dat wat ik zei juist was.

Toch was ik fout.

Wat ik vergat, en waar ik enkele weken geleden een klik in maakte (daarom nu ook deze tekst) is dat Generation Cooperation niet opereert in België, maar in Malawi met Malawiers en voor Malawiers. Elke keer dat ik de nadruk legde op het tijdig en correct opsturen van rapporten liep ik in een valkuil. De valkuil van een soort paternalistische neo-kolonialistische gedachte dat ‘ik het beter weet dan hen, en het wel even zal uitleggen hoe het moet’. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik i.v.m. financiële opvolging het niet effectief beter weet, zeker niet. Natuurlijk kan ik dankzij het kwaliteitsvolle onderwijs in Europa beter met cijfers overweg en gaat het maken van plannen mij relatief gezien heel natuurlijk af.

Maar betekent dit dat ik mijn ‘model’ dan zomaar moet opleggen?

Door mijn voortdurende druk die ik op Shadreck, de directeur van Generation Cooperation, gelegd heb is er geregeld druk gekomen op onze vriendschap. Ik schreef dat toe aan zijn onwil om te veranderen, of aan een gebrek aan kennis, of aan het (foute) idee dat hij zou denken dat hij minder verantwoordelijkheden zou krijgen. Maar nu denk ik dat het eerder aan mij lag en aan mijn onwil en onkunde om dit alles vanuit zijn standpunt te zien. Ook heb ik misschien ergens het gevoel dat als ik niet meer ‘mijn’ oplossingen aanreik, dat ik niet meer nodig zal zijn waardoor mijn band met Malawi zal verdwijnen. Ook dit is iets dat ik zal moeten leren los te laten, en dat mijn band met Malawi en het project méér is dan enkel de problemen proberen op te lossen.

Het doel van Generation Cooperation is mensen te empoweren, geloof in henzelf schenken, kansen geven. Ook al wil ik hen empoweren, ik doe precies het tegenovergestelde wanneer ik hen zeg wat ze moeten doen. Moet ik niet eerder begrijpen waarom ze op hun manier werken, met hen samenzitten om de problemen beter in te schatten, oplossingen aanbieden, en pas daarna in overleg die oplossingen uitwerken?

Dinsdag 4 juni vertrek ik naar Malawi voor een reis van 20 dagen. Ik was oorspronkelijk van plan de nadruk te leggen op die rapportering, maar ik besef nu dat ik dan een paar stappen over zou slaan. Ik ga de meetings over rapportering moeten opentrekken naar het identificeren van de problemen die zij dagelijks of wekelijks ondervinden, en hoe we ze moeten aanpakken. Dan pas kunnen we van een echte samenwerking spreken.

Gaat dan vanaf nu alles beter gaan met Generation Cooperation? Nee, zeker niet. Er gaan nog steeds projecten gaan falen, en het financiële en organisatorische zullen nog voor lange tijd werkpunten blijven. Maar het moeten hun werkpunten worden, niet de mijne, en dit zal de samenwerking en vriendschap enkel ten goede komen.

Voor mij persoonlijk zal deze reis ook leerrijk worden. Veel van mijn beslissingen en drijfveren zijn extern. Zoals hoe ik goed kan doen voor iemand, wat anderen zouden willen, wat ze van mij verwachten, etc. Dit uit zich bij mij vooral door een meegaande houding, waarbij ik dingen doe of niet doe obv wat anderen wensen. Door 3 weken in relatieve afzondering te leven, los van bekende Belgische gezichten, zal ik meer geconfronteerd worden met mijn eigen wensen. Ik ga mijn dag zelf moeten indelen obv mijn eigen doelstellingen, ik ga zelf moeten beslissen wat en wanneer ik iets zal doen, ik ga doorheen de dag zelf moeten inschatten of ik ergens een goed of slecht gevoel van krijg, zonder dit eerst bij iemand anders af te toetsen. Voor velen is zoiets heel evident, voor mij voelt dit als een uitdaging.

Tot over drie weken!

Bram